Vioolbouw

Vioolbouw

1

 

Deel van de mal. De houten klosjes zitten op de mal gelijmd. De randen zijn eerst gebogen en daarna aan de klosjes gelijmd.

 

2

Dunne strookjes op de ribben om het onder- en bovenblad beter op de ribben te kunnen lijmen.

 

3

 

Onderblad vormgeven; de geulen zijn aan de hand van mallen er in aangebracht. Het blad wordt verder met guts, beitel en schaaf in de juiste vorm gemaakt.

4

 

De ribben vormen samen met de –afgeronde- blokjes de krans.

 

5

Bovenblad van de binnenkant gezien met zangbalk   (steunpunt voor de kam) en f-gaten.

6

 Onderblad op de krans lijmen

 7

8

Hals met krul + gaten voor de stemschroeven

 

9

De inleg is aangebracht en wordt geschaafd

 

10

Inkijk in de viool; te zien is de stapel. Deze ondersteunt het bovenblad vlak bij de plaats van de rechter voet van de kam.  De linker kamvoet steunt op de basbalk.

11

 

 

Compleet met toets, kam, staartstuk en kinsteun.