Tenor Altviool 5-snarig

Improvisatie op de F-snaar

Een Altviool maken, staat al lang op mijn wensenlijst. Aan de hand van een tekening van de Altviool gemaakt door de gebroeders Amati in 1620 was ik aan de bouw van de klankkast begonnen. Het betreft een bijna 17″ Altviool en is daarmee een van de grotere Alten. In deze periode viel mijn blik op het project “Five Stringed Tenor Viola” van Thomas Riebl.

Hij heeft een 5-snarige Tenor Viola laten maken waarbij naast de gebruikelijke C, G, D en A snaren een extra snaar is toegevoegd die als F (88 Hz) is gestemd en daarmee een kwint lager klinkt dan de C-snaar.

De lage tonen; de F-snaar zit onder de G-snaar van de Cello

Dat leek me een te leuke kans om te laten schieten. Ik heb in het ontwerp de schroevenkast iets verlengd, zodat ik 5 stemschroeven kwijt kon, de eigenfrequenties van de klankkast aangepast en ben op zoek gegaan naar een goede snaar.

Een stukje Vocalise van Rachmaninoff, gespeeld door Altviolist Hans Stoelinga

5 snaren op een rijtje

Die goede F-snaar kwam van de firma Thomastik. Een experimentele snaar met een goede klank en wat betreft geluidsterkte komt deze overeen met de 4 andere (normale) altviool-snaren van het type Dominant, ook gemaakt door Thomastik. De snaar heeft wel veel strijkkracht nodig en een extra zware strijkstok. (Ter vergelijking: De snaar klinkt een toon lager dan de G-snaar van de Cello)

De lage F-snaar toegevoegd aan de Altviool geeft een geweldige extra waarde aan de klank. Maar………

In de weergave van de Sonate in A mineur “Per Arpeggione” van Franz Schubert, door Thomas Riebl op zijn 5-snarige Tenor-Altviool hoor ik wel dat de lage snaar gebruikt wordt. Echter in de bladmuziek die ik heb gevonden zijn de lage noten er door octaveren uitgehaald. Thomas Riebl speelt deze “per Arpeggione” uit het hoofd, zoals hij het stuk van oudsher kent. En dat is mét de lage tonen erbij. De 2 andere stukken die hij heeft opgenomen op zijn cd zijn: het Trio voor Viool, Altviool en Tenor-altviool opus 31 van Sergei Taneyev én de Suite no 6 voor solo Cello BWV 1012 van Johann Sebastian Bach. Van deze twee stukken heb ik inmiddels de bladmuziek besteld en ik hoop dat deze stukken compleet met de lage tonen zijn.

Het intro van de Arpeggione, gespeeld door Hans Stoelinga op ‘De witte tenor-altviool’

Vast onderdeel van het bouwproces bij ‘De witte Viool’ is het verbeteren va de klank en de bespeelbaarheid op basis van reacties van strijkers (m/v). Hans Stoelinga is Altist en heeft de Tenor een tijdje in huis gehad om hem uit te proberen. Zijn verbetertips lagen o.a. op de volgende gebieden. De F-snaar strijkt zwaar aan. De ronding van de kam is onvoldoende, waardoor je (té) gemakkelijk twee snaren tegelijk raakt. En de A-snaar klinkt nog te ‘dun’. Wat het zware strijken van de F-snaar betreft, dat lijkt voorlopig niet op te lossen. Ook Thomas Riebl geeft aan dat deze snaar een zware strijkstok en veel ‘flexibiliteit’ van de Altist vereist, door de afwisseling in de strijkkracht. De ronding van de kam is aangepast door de toets meer ronding te geven en een nieuwe kam te plaatsen. De klank van de A-snaar is verbeterd door aanpassing in de kam en stapel.

Kortom; de Tenor Altviool is klaar voor zijn volgende avontuur. Ben of ken je een altist op zoek naar een tenor uitdaging, neem gerust contact op.

Meer weten over het project ‘Five Stringed Tenor Viola’ van Thomas Riebl? Klik hieronder:

https://www.youtube.com/watch?v=h-7OBQ586TQ 1e deel Arpeggione

https://www.youtube.com/user/SNVideoreporter Artikel over het project